OPEN FORUM — FORUM OUVERT 

De internationale gemeenschap in de strijd tegen het maritieme terrorisme

Sedert 11 september 2001 heeft het maritieme terrorisme, met inbegrip van de piraterij, angstwekkende proporties aangenomen. Op de oceanen neemt de illegale trafiek van nucleaire componenten uitbreiding, koopvaardijschepen worden er in groot aantal geënterd en miljoenen dollars losgeld worden gevraagd voor de in beslag genomen vracht en de gegijzelde bemanning. Voor de aanslag op het World Trade Center hadden de terroristen al van zich laten horen. Zo werd de pakketboot Achille Lauro door hen in 1985 gekaapt, terwijl de USS Gole in oktober 2000 in Aden gewapen­derhand aangevallen werd met 17 doden tot gevolg.

 

Omvang van het maritieme terrorisme

De strategische en gevoelige doorgangen van de grote zeevaartroutes zijn gekend: het Suez— en het Panamakanaal, de Bosporus en de Dardanellen, de Straat van Malakka en voornamelijk de zeeengtes van Ormuz en Bab-el-Mandeb. Langs deze routes transiteert vandaag ruim 80% van de wereldhandel. Dat komt neer op bijna 7 miljard ton vracht die er jaarlijks door meer dan 50.000 grote schepen wordt vervoerd met daarbij nog duizenden kustvaarders, die samen zo'n 4.000 zeehavens bedienen. De beveiliging van deze grote scheepvaartroutes is bijgevolg van primordiaal belang voor de welvaart van de wereldhandel. Voor het ogenblik is het gevaar vooral geconcentreerd rond de zeengte van Bab-el-Mandeb en in de Indische oceaan langsheen de Somalische kust. ledere dag transi­teren er ca. 50 schepen, waaronder grote olietankers die het equivalent van 3,3 miljoen barrels vervoeren. Van de 293 schepen die in 2008 in aanvaring kwamen met piraten, bevonden er zich 111 (38%) in die zone. Tijdens de eerste negen maan­den van 2009 werden er in totaal al 157 incidentes gemeld.

Text Box: Over de wereldzeeën heen stegen de gewapende conflicten in 2008 met liefst 11,4% t.o.v. het jaar voordien; enkel in de Straat van Malakka, waar 28 aanvallen plaats­grepen, stelde men een daling van het geweld vast. In totaal werden er ongeveer 900 bemanningsleden gegijzeld, met 11 doden en 21 vermisten tot gevolg. De maritieme industrie betaalde in 2008 een slordige 40 miljoen dollars aan losgeld, terwijl de risicoverzekeringspre­mies voor een doortocht door een gevarenregio tot 20.000 dollars opliepen. Deze cijfers, vrijgegeven door het International Maritime Bureau (IMO) duiden voldoende op de ernst van de situatie.

Ook ons land ontsnapte niet aan de piraterij. Zo werd in april 2009 het baggerschip Pompeï van de rederij Jan de Nul Group geënterd langs de Soma­lische kust en de 10 bemanningsle­den gegijzeld. Onze reders hebben nogal wat belangen te behartigen in het Midden-Oosten en in Azië, met het transport van olie en derivaten en het uitvoeren van baggeropdrachten. Vandaar dat tal van Belgische vracht— en baggerschepen deze zones doorkruisen.

Strategische maatregelen tegen het terrorisme

De uitbreiding van het maritieme terrorisme, inclusief de piraterij, heeft de internationale gemeenschap ertoe aangezet de nodige maatregelen te treffen om het zeegoederenverkeer op aile maritieme wegen veilig te stellen. Eerst werden een reeks conventies gesloten en codes opgesteld waarvan de belangrijkste op internationaal vlak de ISPS-code is (International Ship and Port Facility Security). Hierbij werden de regeringen, de reders, de bemanningen en aile actoren van het zeegoederentransport betrokken van de landen, waaronder België, die lid zijn van het IMO. Zij besloten gezamenlijk op te treden om ieder terroristisch gevaar te detecteren en ongedaan te maken. Op Europees niveau heeft de Commissie in november 2008 een globale strategie uitgestippeld inzake een geïntegreerd maritiem beleid tegen het terrorisme. De Amerikanen, van hun kant, hebben reeds in november 2002 de Mari­time Transportation Security Act (MTSA) in het leven geroepen.

Text Box: Ten einde het terroristisch gevaar uitgaande van de containertrafiek te counteren, hebben zij ook het Container Security Initiative (C SI) in werking gesteld; niet minder dan 61 Europese en Aziatische landenwaren eind 2007 erbij betrokken. Om de strijd aan te binden tegen terroristische organisaties die mas­savernietigingswapens naar de VS zouden willen smokkelen, hebben zij in mei 2003 het Proliferation Security Initiative voorgesteld, dat door 90 landen geratificeerd werd.

 

Door het toepassen van deze codes en conventies zouden volgens de VS minstens een dertigtal netwerken opgedoekt zijn tussen 2004 en 2007. Men vermoedt evenwel dat er op wereldschaal jaarlijks ca. 65 trafieken van nucleaire componenten plaatsgrijpen. Ook de piraterij blijft welig tieren en daarom werd men genoodzaakt "task" forces' in te zetten om de druk op te voeren.

Het inzetten van task forces

Daarom werd, ter implementering van de VN resoluties 1701 en 1773, de illegale wapentrafieken langs de Libanese kust bestreden door het inzetten van de internationale Mari­time Task Force MTF-448. Fregat­ten, patrouilleschepen en helikopters uit acht verschillende landen nemen deel aan de operaties Unifil die zich uitstrekken over zo'n 5.000 vierkante zeemijlen. Ons fregat F930 Leopold I nam er al tweemaal aan deel en voerde zelfs het commando over de MTF-448 van maart tot juni 2009. Voor het bestrijden van de piraterij in de Golf van Aden en langs de Somalische kust opereren twee task forces. Zo is er de Com­bined Task Force 151 (CTF-151) onder leiding van de VS die er sinds 2002 operationeel zijn in het kader van de multinationale operatie End­uring Freedom. Omtrent 15 schepen nemen eraan deel waaronder die van de Vde vloot van de US Navy met Bahrein als uitvalsbasis. Dertien landen hebben al hun medewerking verleend aan deze operatie. In april 2009 nam Frankrijk het commando van de CTF-151 over. Voorts is er in deze zone de Europese task force Atalanta van Euromarfor die er sinds december 2008 actief is. Franse, Britse, Griekse, Spaanse, Zweedse, Noorse en Nederlandse schepen worden naar die zone gestuurd voor minstens één jaar; sinds september jl. maakt ook onze Marine deel uit van die task force. Het is Frank­rijk dat die operatie opstartte met het doel de handelsschepen van het World Food Program te beschermen door ze in begeleide konvooien te laten varen. De staf van de operatie is te Northwood (UK) gevestigd en geïntegreerd in het Allied Maritime Component Command van de Navo. De eerste zes maanden van de operatie trad een Britse admiraal als bevelhebber op, bijgestaan door een Franse admiraal.

Privéondernemingen ingezet

Zondag 26 april 2009. De MSC Melody, een Italiaans cruiseschip, vaart onder Panamese vlag langs de Somalische kust. Er bevinden zich 1.500 passagiers aan boord. Een groep van zes piraten valt het schip aan, maar het loopt voor hen faliekant af. Ze worden bescho­ten en teruggeslagen door gewa­pende agenten van de Israëlische maatschappij Mano International Security (MIS) die aan boord van de Melody ingescheept zijn. MIS heeft ruim 20 jaar ervaring op het vlak van de maritieme veiligheid. Haar agenten worden voornamelijk gerekruteerd onder de oudgedien­den van het Israëlische leger. Nu worden ze geregeld ingescheept aan boord van cruise- en vrachtschepen die gevaarlijke zones moeten doorkruisen. Voor hun interven­tie betalen de reders uiteraard de gevraagde vergoeding. MIS is niet de enige op de markt. Israël telt inderdaad en tiental ondernemingen gespecialiseerd in de strijd tegen de piraterij; citeren we o.m. Spike Security Experts, Top Secure en HR Marsec. Ook de VS zijn sinds 2004 operationeel met de joint venture Global Maritime Security onder lei­ding van twee gewezen officieren van de US Navy; het Amerikaanse Blackwater heeft zich ook gespeci­aliseerd in antipiraterij opdrachten. De Fransen, van hun kant, hebben een Société Militaire Privée (SMP) die gewapende agenten ter beschik­king stelt van de reders; conform de Franse wetgeving mogen zij echter niet zelfstandig optreden en daarom werkt SMP samen met een Engelse maatschappij. Spanje heeft op 23 april 2009 de schepen die onder haar vlag varen de toelating ver­leend gewapende veiligheidsagen­ten aan boord te nemen teneinde de Somalische piraten efficient te kunnen bestrijden.

Militaire vloten onvoldoende efficient

Dat privémaatschappijen agenten opleiden om het maritiem terro­risme te bestrijden, vloeit voort uit het feit dat de militaire marines van de Westerse landen niet bij machte zijn om dit fenomeen te elimineren. Hun vloten werden inderdaad sinds het einde van de Koude Oorlog fors gereduceerd, terwijl de bouw van scheepstypes specifiek bestemd om de piraterij te counteren nog in de kinderschoenen staat. Zo hebben de Fransen korvetten van het type Gowind ontworpen die elk twee snelboten aan boord hebben, die kunnen bemand worden door negen commando's.

 

Ook de VS bouwen nu dergelijke interventieschepen. Er zijn ook landen die, naast pri­vémilities, gewapend militair personeel aan boord van hun schepen inschepen. Onder meer België kan een Vessel Protection Detachment (VSP) van speciaal getrainde militairen inzetten; ze zijn voor het eerst eind juni 2009 opgetreden om de eerder gekaapte Pompeï naar een veilige haven te loodsen. Ook ons fregat F931 Louise-Marie dat sinds september jl. aan de operatie Atalanta deelneemt, heeft zulk detachement aan boord. Zolang militaire vloten en gewapende mili­taire interventieteams onvoldoende bescherming kunnen bieden, zullen privéondernemingen ter bestrijding van de piraterij en het maritiem ter­rorisme bijzonder actief blijven en wellicht aan belang winnen. De financiële opbrengst van deze tussenkomsten is immers niet te ver­waarlozen, terwijl de reders, van hun kant, ook zware investeringen te beveiligen hebben. De verzeke­ringspremies die zij betalen en het losgeld dat zij aan piraten moeten betalen om hun schip, zijn lading en zijn bemanning vrij te krij­gen, liggen thans bijzonder hoog. Zo betaalde bv. Jan de Nul 2 mil­joen euro voor het loskrijgen van de kleine Pompeï. Het is dan ook begrijpelijk dat reders een beroep doen op privémilities waarvan de interventiekosten doorgaans het verlies kunnen compenseren dat zij door een eventuele kaping kunnen lij den. 'Business' speelt hier immers een voorname rol.

Rules of Engagement

Na een intensieve NOST (Naval Operational Sea Training) ging ons fregat F931 Louise-Marie Begin september 2009 bij de ope­ratie Atalanta aansluiten om er de konvooibegeleiding te versterken. Sinds augustus voert Nederland het commando over deze operatie. Een probleem voor onze deelneming was de toepassing van de Rules of Engagement. De bestaande codes en conventies die wij hierboven hebben uiteengezet, vergden inderdaad nog bepaalde aanpassingen, o.a. wat betreft de arrestatie van piraten. Ook de Conventie van Montego Bay diende nauwlettend nageleefd worden; deze laat nl. een Staat alleen toe zijn eigen schepen te inspecteren, tenzij het om pira­terij of illegale trafieken gaat. Van 27 mei tot 5 juni 2009 heeft het Maritime Safety Committee (MSC) van de IMO in Londen vergaderd om deze Rules of Engagement bij te werken. Zo werd, onder meer, de Staten afgeraden aan boord van hun vrachtschepen vuurwapens te gebruiken om zich tegen piraten te verdedigen. Wél mag, met akkoord met de reders, gewapend militair personeel ingescheept worden, wat België zinnens was te doen.

Dat de internationale gemeenschap hardhandig tegen de piraterij moet optreden, zal niemand betwisten. Het fenomeen kan zich immers uit­breiden en nog andere belangrijke scheepvaartroutes bedreigen. Dit gevaar moet tot elke prijs vermeden worden. En er is meer: er bestaat een sterk vermoeden dat de piraterij langs de Somalische kusten kadert in de terroristische netwerken die de Westerse wereld onveilig maken. De interventie van deze piraten is immers bijzonder goed gestructu­reerd. Niet alleen vanuit de kust, maar ook vanuit commandoschepen ondernemen zij hun kapingtoch­ten met snelle en goed bewapende boten. De miljoenen dollars die zij aan losgelden krijgen, zullen beslist niet alleen in de zakken van deze piraten belanden. Daarom ook moet de internationale gemeenschap bij­zonder attent blijven en desnoods met nog grotere middelen dit gevaar bestrijden, want uiteindelijk is het onze Westerse beschaving die op het spel staat.

Henri Rogie

 

 

Text Box: LMB-BZB 2007 . Designed by Cmdt  André Jehaes   email andre.jehaes@skynet.be

Text Box: Deze site werd geoptimaliseerd voor een resolutie van 1024 x 768 in IE 6-7-8
Ce site a été optimalisé pour une résolution d'écran de 1024 x 768 en IE 6-7-8